Weerbaarheid in de Veenkolonien.

Miranda Meuwissen is wetenschapper bij Wageningen University & Research. Ze deed onderzoek naar veerkracht van de landbouw. Hoe staat het met de veerkracht van de landbouw in Europa, en hoe kunnen we het verbeteren? Als akkerbouwer mocht ik meewerken aan dit onderzoek.(zie link naar video onder dit bericht)

In meerdere gebieden in Europa is onderzocht met welke economische maar ook milieutechnische en maatschappelijke risico’s agrarische systemen te maken hebben. Ook is gekeken naar het resultaat in de regio; is het bedrijfsinkomen voldoende, maar ook: hoe leefbaar is het gebied, is er arbeid beschikbaar, zijn er zorgen rond duurzaamheid. Voor al deze punten is ook gekeken naar verbetermogelijkheden en vooral ook naar wie daarbij een rol kan spelen. Dat is vaak niet alleen de boer en zijn of haar gezin.
In de Veenkoloniën is er al vaak een beroep gedaan op de veerkracht van de sector, destijds na de afgraving van het veen en meer recent toen de EU-steun voor zetmeelaardappelen werd afgeschaft. Er zit veel innovatiekracht in onze regio. Daar kunnen andere regio’s in Europa iets van leren. Aan de andere kant staan de Veenkoloniën ook weer voor nieuwe uitdagingen; de aardappelteelt is intensief waardoor er bijvoorbeeld problemen met aaltjes zijn.
Maar wat is veerkracht? Veerkracht is het meebewegen met ontwikkelingen zodat de risico’s niet te groot worden. Daarvoor is het in het ene geval voldoende om eens opnieuw naar aanvoer- en afzet te kijken, maar soms is er meer nodig – en is het goed om in te zetten op veranderingen. Waarom moest dit onderzocht worden? Als risico’s te groot worden is de vraag of de voedselproductie in Europa voldoende op peil blijft.
Je ziet overal in Europa dat de landbouw frisse ideeën heeft richting de toekomst – om zo mee te bewegen met de uitdagingen van deze tijd. Dat is in Noordoost Nederland ook zichtbaar, waar bijvoorbeeld geëxperimenteerd wordt met andere gewassen en samenwerking wordt gezocht met melkveehouders om te komen tot een ruimere rotatie. Elk gebied heeft z’n eigen voorbeelden van veerkracht. Toch zijn de onderzoekers ook niet helemaal gerust op de veerkracht van de landbouw in Europa. Vaak is een groot deel van de boeren wel bezig om in te spelen op de veranderingen, maar doet het systeem als geheel dat veel minder. Zo blijkt bijvoorbeeld de overheid in bijna alle gebieden vooral een korte-termijn focus heeft en er zelfs beleid is dat in tegenspraak is met elkaar. Het is lastig om daarmee te werken. Ook is de bedrijfsopvolging en voldoende beschikbaarheid van goede arbeidskrachten een punt van zorg. De overheid en ook financiers blijven vooral inzetten op het traditionele bedrijfsmodel; om jonge mensen aan te trekken moet er ook nagedacht worden over andere bedrijfsvormen zoals bv. gedeeld eigendom. Ook is het nodig dat de leefbaarheid van het platteland verbetert; zonder goede infrastructuur is het niet aantrekkelijk om je er te vestigen. Ga door met het verder ontwikkelen van alle goede ideeën die er leven. Dit zal leiden tot meer diversiteit in de regio’s zodat niet alle bedrijven tegelijkertijd door eenzelfde risico worden getroffen. Dit vraagt beleid dat deze ontwikkelingen ondersteunt maar ook dat banken, verzekeraars, de groothandel, arbeidsbureaus en scholen hierin mee bewegen. Veerkracht moet voorlopig dus op de agenda blijven staan.

Een link naar de video over de uitkomsten van het onderzoek.

https://youtu.be/5NUrcpCO71w