GEWASINDEX, hulp bij precisielandbouw

GEWASINDEX, hulp bij precisielandbouw

MAXSUS is als project gestart vanuit de wens van de deelnemende ondernemers om beter grip te krijgen op de factoren, die uiteindelijk de opbrengst bepalen. In grote lijnen kennen we natuurlijk het belang van een goede bodem, voldoende water en meststoffen en een goede gewasbescherming tegen ziekten en plagen. Maar hoe stuur je daar nu precies op? Want een perceel is niet homogeen en dus is ook de gewasontwikkeling niet homogeen. Vanuit de gedachte van duurzaamheid (MAXSUS staat voor Maximum Sustainable, maximaal duurzaam) willen we zo zuinig mogelijk omgaan met de beschikbare resources en dus het gebruik zo goed mogelijk afstemmen op de behoefte van de plant.

Een van de hulpmiddelen, die de telers al meerdere jaren inzetten zijn OptRx gewassensoren. Globaal elke 10 dagen wordt de gewasindex NDRE gemeten. Het gewas reageert op gunstige groei-omstandigheden, waardoor de sensor een hogere meetwaarde geeft. Op basis van de meetwaarden kunnen we een kaart maken waarin we de meetwaarden en de variatie in het perceel in beeld krijgen. Het is echter nog niet zo eenvoudig om die kaartjes te interpreteren. Allereerst, wat zegt de absolute waarde? Uit de ervaring, die we hebben opgedaan bij het verzamelen van veel meetwaarden van heel veel verschillende percelen (in 2019 in totaal 100 percelen, 528 ha), blijkt dat er verschillende factoren zijn waar je rekening mee moet houden. We meten met 3 setjes sensoren. Elk setje heeft een soort systematisch afwijking, de een meet altijd hogere waarden dan de ander. Dit leidt zelfs tot onderlinge competitie, waar de betreffende eigenaar niet echt wat aan kan doen. Wanneer je verschillende rassen bekijkt, zie je ook vaak duidelijke verschillen met een scherpe overgang tussen de rassen, die niet naar de groeiomstandigheden zijn terug te leiden. Het is dus soms gewoon een ras eigenschap.

Wat zegt de relatieve waard dan? Het is dus belangrijk om te kijken naar de verschillen. De verschillen in ruimtelijke zin, de verspreiding over het perceel, en de verschillen in de loop van de tijd. Dus de vraag rijst, welk moment moet je meten en wat zegt die waarde dan. Als je de kaartjes bekijkt, dan is er niet altijd een goede of slechte plek aan te wijzen. Een goede plek kan op enig moment weer een lagere waarde hebben dan de rest en dan daarna toch ook weer beter presteren. En als je de grafieken bekijkt, dan zie je bepaalde percelen in het begin hoge waarden geven, maar dan naar het einde van het groeiseizoen sterker teruglopen dan de rest. Uit analyse van de data bleek al snel dat er niet één specifiek moment is aan te wijzen, die de uiteindelijk een goede opbrengst voorspelt. Maar wanneer je het gehele oppervlakte onder de grafiek bekijkt, dus het gebied tussen de grafiek en de x-as, dan blijkt wel dat er een verband is tussen die oppervlakte en de uiteindelijke opbrengst. En de opbrengst is natuurlijk waar het uiteindelijk om gaat.

Dit was een inkijkje in de bevindingen op basis van de gewassensoren, in een volgend artikel zullen we ingaan op andere soorten data, die in het project worden verzameld en geanalyseerd.

De DataBoerin Nicole Bartelds en Jan Reinier de Jong

Insectenmonitoring op de boerderij.

Insectenmonitoring op de boerderij.
Je kunt geen krant openslaan of je leest wel over de enorme afname van biodiversiteit. Veelal wordt er direct een link gelegd tussen de afname van insecten en de landbouw. De moderne landbouw die volgens sommigen steeds intensiever wordt. Ik heb daar mijn vraagtekens bij. Wordt de landbouw steeds intensiever? Ik zie dat bouwplannen ruimer worden, er zijn minder koeien. Wet- en regelgeving verplichten tot minder gebruik van (organische) meststoffen en het pallet aan gewasbeschermingsmiddelen wordt snel kleiner. Mondjesmaat komen daar nieuwe (biologische) middelen voor terug die minder impact hebben op de omgeving.
Maar hoe groot is de rol van de landbouw in die afname van biodiversiteit? In de regio waar wij boeren is veel natuur. Overal om mij heen zie ik bos en dat is de afgelopen 20 jaar fors toegenomen. Bij verschillende projecten wordt standaard een stuk nieuwe natuur aangelegd en altijd op landbouwgrond.
We doen op ons bedrijf, net als een paar honderd andere collega’s in Drenthe, aan agrarische natuurbeheer. Voedselvelden en kruidenrijke akkers voor vogels, akkerranden voor de reptielen en bloemrijke akkers voor insecten.
Wat zijn de effecten van al die maatregelen die wij nemen als akkerbouwer? Hoe veel insecten lopen er eigenlijk tussen de suikerbieten of brouwgerst? Of zitten de insecten alleen maar in het agrarisch natuurbeheer? Daar is nog maar erg weinig van bekend. Op zich wel knap dat hele volksstammen daar toch een mening over hebben.
Dit seizoen worden een deel van onze randen voor het derde jaar op rij gemonitord door de Vlinderstichting. Een samenwerking met BASF maakt dit mogelijk. Elke paar weken worden de verschillende kruidenmengsels beoordeeld op de aantallen en verschillende soorten insecten die erin voorkomen. En dat zijn er nogal wat, ook bijzondere soorten zoals een harsbij en een grashommel. Ook zijn er op ons bedrijf loopkevervallen geplaatst. In verschillende percelen is meerdere keren gekeken hoeveel en welke loopkevers er tussen de gewassen scharrelen. Ook hier zien we, ondanks de agrarische activiteiten, een enorm scala aan bodemdieren.
In Nederland zijn ongeveer 1400 soorten nachtvlinders. Zouden deze ook in grote getale in de landbouwpercelen zitten? Dat kon tot voor kort niemand vertellen. Sinds vorig jaar monitoren een 50-tal landbouwers regelmatig nachtvlinders. Bimag wordt dit genoemd, Boeren Insecten Monitoring Agrarische Gebieden. Met een emmer met ledlampen worden de vlinders gevangen, gefotografeerd en weer losgelaten. De foto’s gaan naar de Vlinderstichting, daar wordt gekeken om welke soorten het gaat. Ook op ons bedrijf doen we hieraan mee. Samen met onze oudste dochter legen we regelmatig in alle vroegte de emmers. De emmers staan op verschillende percelen en op het erf. De meeste vlinders vangen we in de pootaardappelen. En ook hier zien we bijzondere soorten.
Ik denk dat we als landbouw wel degelijk een effect hebben op de biodiversiteit. Dan kan ook niet anders, wij telen aardappelen, bieten en graan op onze grond. Dat doen we al generaties lang. Maar die invloed is beperkt en wordt steeds minder. Er is steeds minder landbouwgrond. Andere factoren zoals verstedelijking, toename infrastructuur en de bevolkingsgroei hebben steeds meer impact. Nu we monitoren weten we wat er allemaal aan insecten te vinden is op onze percelen. Ondanks of dankzij het gebruiksdoel zijn dat er best veel. En daar mogen we best trots op zijn.
Loopkevers.

bijeenkomst -voorBoeren-

bijeenkomst -voorBoeren-

 -voorBoeren-  is een initiatief waarmee boeren met elkaar en van elkaars ervaringskennis over duurzaamheid kunnen leren.  Bij  -voorBoeren- staan innovatie en concreet aan de slag gaan centraal.

 
 
Op 17 juli zijn boeren welkom bij twee Drentse collega’s op het bedrijf. In Odoorn bij Jan Reinier de Jong en in Oosterhesselen bij Gerard Lanting, beiden akkerbouwer. Tijdens het bezoek laten ze graag zien wat zij op hun bedrijf doen op het gebied van innovatie en duurzaamheid. Sparren en ervaringen delen met collegaboeren staan centraal. Welke problemen kwamen zij tegen; welke oplossingen vonden zij en wat levert het op? Van bodemstructuur, bodemleven en kringloopaspecten tot duurzame energie. Allerlei thema’s en praktijkvoorbeelden komen aan bod! Ben je boer en wil je meedoen? Je kunt deelnemen aan één of twee bezoeken. Tussen de middag zijn er broodjes. Geef je op door een mailtje te sturen aan info@voorboeren.nl. Dan ontvang je een bevestiging met details.
 
 
 
10:00 – 12:00 uur
Jan Reinier de Jong in Odoorn: 100 ha zandgrond; zetmeelaardappelen, pootaardappelen, brouwgerst, suikerbieten. Als voormalig broedplaats van stichting Veldleeuwerik heeft De Jong oog voor heel diverse aspecten van duurzaamheid. Een experiment met opslag van zonne-energie in Lithiumbatterijen bijvoorbeeld. En dan met de opgeslagen energie de elektrische beregeningsinstallatie laten draaien. Maar hij neemt ook deel aan agrarisch natuurbeheer met monitoring van insecten. Hij zet stappen met precisielandbouw. Gewassensoren helpen bijvoorbeeld bij het plaatsspecifiek doseren van fungicide in de aardappels. Maar hij werkt ook met bodemkaarten. De Jong doet mee aan een proef met het EasyConnect systeem waarmee je de spuitmachine emissieloos kunt vullen. Geen gedoe meer met maatbekers en handschoenen.
 
 
12:15 – 13:00 uur Lunch
 
 
13:15 – 15:15 uur Gerard Lanting in Oosterhesselen: 60 ha esgrond; Voor zaaizaad: zomertarwe, haver, pompoen, kervel, krulpeterselie. Voor consumptie: cichorei, sperziebonen, valeriaan, waspeen, mais. Lanting is overtuigd biologisch boer. Hij begon zijn bedrijf in 2003 op gangbare grond. Hij kwam de nodige problemen tegen in het begin. O.a. schadelijke aaltjes. Interessant om te horen hoe hij die problemen tackelde. Door het inmiddels levendige bodemleven hoeft hij veel minder te bemesten. Ook werkt hij samen met een veehouder. Nu steeds meer gangbare boeren op zoek zijn naar manieren om de natuurlijke processen in en boven de grond meer voor zich te laten werken, kan het inspirerend zijn om eens mee te kijken met een biologische boer die daar veel ervaring mee heeft.
 
Bekijk de volledige bedrijfsprofielen op de website: www.voorboeren.nl.
 
 
Corona
De regelgeving rond Corona maakt het mogelijk om deze bijeenkomst te organiseren. Een flink deel vindt plaats in de openlucht. En al lijkt de besmettingsdreiging op dit moment wat afgenomen, we zullen er wel alles aan doen om besmetting te voorkomen. We doen een dringend beroep op alle deelnemers om niet deel te nemen bij klachten. En om zich tijdens de bijeenkomsten en onderweg te houden aan de regels. Zoals die met betrekking tot de anderhalve-meter en hygiëne.

Slechte start seizoen.

Slechte start seizoen.

Begin maart was het erg nat. We begonnen het seizoen met het weg pompen van water op de natte perceelsgedeelten. Vervolgens droogte het snel af. We konden vlot het land op. Eind maart zaten de suikerbieten en de zomergerst al in de grond. De aardappels kwamen er direct achteraan. Het weer was droog en mooi, elke dag werd maximaal benut. Half april was het meeste werk aan kant. Vervolgens bleef het drogend weer. Langzaam maar zeker viel op dat sommige zaadjes van de suikerbieten, maar ook gerst niet kiemden. Als gevolg van de droge omstandigheden lagen de zaden “droog”. Deels hebben we dit opgelost door een perceel suikerbieten te beregenen. Gelukkig viel er rond die periode (eind april) ook wat regen. Vervolgens zag je alles de grond uit schieten. De aardappels kwamen massaal op en ook de nog niet gekiemde bieten en gerst kwamen boven de grond. Door de stevige wind hadden de bieten wel te lijden, met name juist de planten die net op kwamen. En het bleef weer droog. Alsof de gewassen nog niet genoeg geleden hadden was er half mei zware nachtvorst. Rond 15 mei vroor het 7 graden aan de grond. De kleine suikerbieten konden daar niet tegen. Ook de gerst op de lichte zandkoppen kregen zwaar te verduren(foto boven), net als de aardappels (foto onder). De schade is op die perceelsgedeelten fors. En door de droogte herstellen deze plekken slecht. Nu, het eerste weekend van juni, valt er gelukkig wat regen. Toch is de schade van de vorst nog steeds zichtbaar, met name in de aardappels. Hopen dat we de komende maand een beetje gematigd weer krijgen met regelmatig een bui regen. Dan is er nog volop perspectief voor een redelijke oogst. We gaan het zien.

Tweewassigheid in gerst links en vorstschade in aardappels.

Elektrisch beregenen.

Elektrisch beregenen.

Einde voorjaarswerk 2020.

Einde voorjaarswerk 2020.

Op 14 april werden de laatste aardappels gepoot. De dagen daar opvolgend de laatste akkerranden voor het agrarisch natuurbeheer. Daarmee zijn de voorjaarswerkzaamheden voor dit jaar weer ten einde gekomen. Bijna 2 weken eerder dan vorig jaar.

Net als altijd was ook voorjaar 2020 weer bijzonder. Februari en begin maart waren erg nat. Nu, half april, is het wel erg droog geworden. Hoge temperaturen, zon en een schrale wind drogen de grond hard uit. Voor de aardappels en suikerbieten is dit nog geen probleem.

We zijn gestart met poten op 1 april en de aardappels staan er dus nog niet boven. De suikerbieten, gezaaid eind maart, inmiddels wel. Een beetje regen is welkom, maar op zich wortelt een suikerbiet diep en is deze nog niet veel vocht nodig. De zomergerst heeft een tik gehad van de nachtvorst en heeft op korte termijn wel water nodig. Dit jaar gaan we beregenen, voor het eerst op ons bedrijf. We gaan de resultaten er van zien.

Het aardappels poten verliep vlot.

Voorjaar 2020.

Voorjaar 2020.
Na een zeer natte februari maand stond er op meerdere perceelsgedeelten water. Nu hebben we relatief lichte grond, maar her en der zit leem in de ondergrond. De leemlaag laat bijna geen water door. Hierdoor krijg je dus grote plassen water op je perceel en dat wil je niet. Tot half maart hebben we geprobeerd zoveel mogelijk water weg te pompen. Op dat moment sloeg het weer ook om. Het werd snel droger en de over gebleven plassen werden snel kleiner. De afgelopen 10 dagen is er veel gebeurt op het land. De varkensdrijfmest (zie foto), protamylasse en Natu C is op het land gereden. Ook hebben we zelf NaKaMag en Kali 60 op het land gestrooid. We strooien geen kunstmest stikstof of fosfaat. Alle gewassen krijgen hun eigen optimale voeding . Inmiddels zijn de percelen mooi afgedroogd.
Afgelopen week zijn de suikerbieten en de gerst gezaaid. De suikerbieten zaaien we dit jaar voor het eerst zelf. We hebben een 6 rij bietenzaaimachine aangeschaft die achter de cultivator kan. Zo kunnen we in één werkgang de grond klaar leggen en zaaien. Na een stroeve start lijken de bieten prima op hun plek te zijn gekomen. De komende weken hopen dat ze mooi opkomen. Dat geldt natuurlijk ook voor de gerst.
Komende periode gaan de aardappels de grond in. Deze kisten poters staan inmiddels niet meer in de mechanische koeling, maar in de zetmeelaardappel schuur zodat ze mooi op temperatuur kunnen komen.

Akkerbouwbedrijf de Jong stapt in BASF Farmnetwork

Akkerbouwbedrijf de Jong stapt in BASF Farmnetwork

Persbericht

BASF breidt Farm Network naar Nederland uit

BASF Farm Network
Wereldwijd neemt de vraag naar duurzaam geproduceerd voedsel snel toe. BASF
ziet het als haar verantwoordelijkheid om duurzame landbouw en een gezonde
leefomgeving mogelijk te maken. We demonstreren dit via ons Farm Network
waarin we met onafhankelijke boerenbedrijven in Europa samenwerken voor
behoud en herstel van de biodiversiteit, ontwikkeling van precisielandbouw en
aandacht voor bodemgezondheid. Op deze boerderijen worden
praktijkmaatregelen ontwikkeld en onderzocht in samenwerking met universiteiten,
experts van ecologische adviesbureaus, onderzoeksinstellingen en milieu- en
natuurorganisaties. Ons doel is om de succesvolle maatregelen en technieken te
laten implementeren door agrarische bedrijven buiten het netwerk.

Uitbreiding naar Nederland
Vanaf 2020 gaat het Farm Network samenwerken met een landbouwbedrijf in
Nederland. Akkerbouwbedrijf De Jong uit Odoorn heeft zich bij het netwerk
aangesloten. De Jong en BASF werken al een aantal jaren samen waarbij, in
samenwerking met De Vlinderstichting, de aanwezigheid van vlinders en
bestuivers in verschillende akkerranden wordt gemonitord. Duurzaamheid en
biodiversiteit zijn voor De Jong altijd onderdeel geweest van zijn bedrijfsvoering.
Het akkerbouwbedrijf was voorheen een zgn. Broedplaats van Stichting
Veldleeuwerik. Een plek waar een duurzame vorm van akkerbouw werd
ontwikkeld en getoond aan collega-akkerbouwers, ketenpartners, scholen,
inwoners en andere geïnteresseerden. Eind 2019 hield Stichting Veldleeuwerik op
met bestaan. De waarden en ideeën van de Broedplaats sluiten uitstekend aan bij
deze van het BASF Farm Network. “Het is een heel logisch vervolg op de
Broedplaats”, aldus Jan Reinier de Jong. Hij ziet de overstap vooral omdat hij
graag zijn werk wil voortzetten om duurzame landbouw mogelijk te maken en te
laten zien wat er allemaal mogelijk is. “Communicatie met stakeholders,
consumenten en kritische burgers is heel belangrijk, we moeten laten zien wat we
doen, en waarom we het doen”. BASF is blij dat het bedrijf van Jan Reinier zich
heeft aangesloten bij het Farm Network. De kennis en ervaring die het bedrijf heeft
opgedaan als Broedplaats kan nu ingezet worden in het Farm Network. En nieuwe
opgedane kennis en ervaringen kunnen door het Farm Network worden
uitgedragen. “Door de ervaring van Jan Reinier kunnen we snel van start gaan
met de verdere verduurzaming van de Nederlandse landbouw” aldus Eric Kiers,
duurzaamheidsmanager van BASF Agro.
Het Farm Network vindt zijn oorsprong in het Verenigd Koninkrijk, waar de eerste boerderij – Rawcliffe
Bridge – in 2002 werd opgericht. Sindsdien is het programma geëvolueerd en uitgebreid in heel
Europa. Tegenwoordig omvat het Farm Network veel boerderijen en een rijk netwerk van meer dan
30 partnerorganisaties in acht landen.

Bodemscannen.

Bodemscannen.
Er zijn meerdere bodemscanners. De meesten werken volgens hetzelfde principe, ze meten de elektrische geleidbaarheid van de bodem. Toch is het lastig om de juiste scanner te kiezen. Na de Verisscan en de EM38 hebben we inmiddels enige ervaring met de Soil Xplorer opgedaan. De afspraken die we konden maken in combinatie met de kosten van de SoilXplorer hebben er toe geleid dat deze is aangeschaft door Nicole Bartelds (De Databoerin) en ingezet zal worden voor ons project MaxSus.
Afgelopen week hebben we ruim 90 ha op ons bedrijf gescand. Op onze zanderige gronden geven vooral  hogere organische stof gehalten en het leemgehalte een hogere gemeten geleidbaarheid. Aan de hand van de scan worden zones aangewezen op de percelen. Deze zones worden vervolgens bemonsterd en geanalyseerd. Zo krijgen we een goed beeld van onze grond.
Een voorbeeld van een gescand perceel.

Fijne kerst en een goed 2020.

Fijne kerst en een goed 2020.

Het jaar 2019 is alweer bijna ten einde. We kijken terug op wederom een droog jaar met zeer matige opbrengsten. Het is ook het jaar waarin we door het publiek tot duurzaamste bedrijf van Drenthe verkozen zijn. En het jaar waarin Landbouwminister Schouten ons bedrijf bezocht. Kortom een heel bijzonder jaar.

We willen op deze manier iedereen bedanken voor de plezierige samenwerking het afgelopen jaar. Wij wensen jullie fijne kerstdagen en een goed, groeizaam en gezond 2020.