De aardappeloogst is gestart.

De aardappeloogst is gestart.

Afgelopen week zijn we gestart met de aardappeloogst. De eerste pootaardappelen waren al een paar weken dood. De knollen zijn mooi afgehard en prima te rooien. We wachten al een paar dagen, (eigenlijk al een paar weken) op regen. Maar deze komt niet dus zijn we toch maar gestart met de oogst, want de tijd gaat wel gewoon door. De aardappels lijken niet verkeerd en zijn door de droogte mooi blank. De opbrengst valt op de eerste percelen niet tegen, al zal dat niet op alle percelen zo zijn. De beregende percelen zijn prima, maar waar geen water is gevallen lijkt het niet zo goed. De komende weken rooien we mooi door en hopelijk zijn we half september een heel eind heen.

De brouwgerst is geoogst.

De brouwgerst is geoogst.
Afgelopen week is de brouwgerst geoogst. Vorig jaar ging dat niet vanzelf, omdat het een natte zomer was. Er waren maar weinig droge dagen en de gerst lag deels op de grond. Dit jaar is heel anders. Het is weer een heel droog jaar en dat maakt het combinen tot een makkie. De gerst stond mooi overeind en kwam droog binnen. De opbrengst was prima, maar niet zo goed als afgelopen jaar. De droogte heeft ondanks het beregenen toch schade gedaan. Gelukkig is de prijs van graan goed en dat maakt het tot een interessante teelt.
Onze lokale bierbrouwer Martijn Eggens was tijdens een oogstdag ook aanwezig. Hij hielp mee en bestuurde een trekker met kipwagen zodat we al rijdend konden lossen. Dit scheelt veel tijd en zo kun je heel wat maaien op een dag. Martijn brouwt van onze gerst verschillende batches bier. Gedurende het seizoen heeft hij de gerst meerdere keren bekeken. Nu maar hppen dat hij er een lekke biertje van brouwt.

Poters aan de maat.

Poters aan de maat.

Afgelopen zaterdag zijn de eerste pootaardappelen geklapt. De aardappels waren aan de “maat”. Dat wil zeggen dat ze dik genoeg zijn om volgend jaar te poten. Een poter moet tussen de 28 en 55 mm zijn. Het loof wordt er dan afgemaaid met een loofklapper. Vervolgens wordt een bespuiting uitgevoerd zodat de stengels niet opnieuw uitlopen. Op dit perceel staat het zetmeelaardappelras Adelinde wat al eind maart de grond in ging. Het aantal knollen (rond de 10) per aardappelplant valt wat tegen, vandaar dat ze zo snel dik genoeg zijn. Dankzij de vlotte groei hebben we geen last van droogte op dit perceel. Dat is op andere percelen wel anders.

Stand van de gewassen.

Stand van de gewassen.

Dit voorjaar konden we op tijd starten. De suikerbieten zaten net als de brouwgerst half maart al in de grond. De eerste zetmeelaardappels werden de derde week van maart gepoot, gevolgd door de pootaardappelen. Een weekje regen begin april gaf iets vertraging met het poten maar uiteindelijk was het voorjaarswerk op tijd klaar. Eind april was het alweer droog en met name de brouwgerst had daar last van. Om verdere schade te voorkomen is de gerst toen beregend. Na twee weken was het nog steeds droog. Het weerbericht voorspelde elke dag regen, maar deze kwam niet. Half mei zijn we gestart met een tweede rondje beregenen. Maar na het eerste perceel zijn we gestopt omdat de regen alsnog kwam. Sinds die periode regent het regelmatig. De gewassen profiteren hier hier enorm van. Begin juni stonden de meeste percelen aardappel en bieten dicht, zeker een week eerder dan normaal. De situatie lijkt gunstig. Hopen dat de weergoden ons een beetje goed gezind blijven dan gaan we een goede oogst tegemoet.

Voorjaarswerk 2022 snel klaar.

Voorjaarswerk 2022 snel klaar.

Na de moesson eind februari leek het geen vroeg voorjaar te worden. Maar niets is minder waar. De wind kwam uit het oosten en in een dikke week waren de meeste percelen mooi afgedroogd. In de tweede week van maart was er al volop drukte in het veld. De bemesting werd uitgereden en 10 maart werd de eerste brouwgerst gezaaid. Na een beetje regen ging op 14 maart onder ideale omstandigheden het suikerbietenzaad de grond in. Dat was 2 dagen later dan vorig jaar. Het bieten zaaien verliep vlot en een paar dagen later was alles gezaaid. Aansluitend werd de pootmachine tevoorschijn gehaald. Op 19 maart werden de eerste zetmeelaardappels gepoot. Dat was wel vroeg in vergelijking met voorgaande jaren, maar de grond was bekwaam en lag er mooi bij. De dagen daar opvolgend werd er volop gepoot. Zondag 3 april sloeg het weer om. Een zware nachtvorst werd gevolgd door veel regen. De vorst deed relatief weinig schade ondanks dat de meeste suikerbieten er al boven stonden. Na een week pauze door de vele regen werden de laatste twee percelen pootaardappelen gepoot. De komende periode worden het agrarisch natuurbeheer gezaaid. Maar voor de bloemrijke akkers is dit nog aan de vroege kant.

Een net opgekomen (koud) suikerbietje.

Zetmeelaardappels laden uit de schuur.

Zetmeelaardappels laden uit de schuur.

De schuur is weer leeg. Er is door de mannen van Van der Velde en Buist weer een dag hard gewerkt. Om half zes in de ochtend stond de eerste vrachtwagen hier op het erf en 12 uur laten was de schuur alweer leeg. De schuur is begin oktober volgemaakt. De zetmeelaardappels gaan naar onze coöperatie Avebe. Het zetmeelgehalte schommelt tussen de 18,6 en 23,1 procent zetmeel. (owg 460 tot 550 gram). Die spreiding zit voornamelijk in het rasverschil. Dankzij een redelijke kilogramopbrengst en een gemiddeld zetmeelgehalte is ons quotum mooi vol. Hopen dat teeltjaar 2022 net zo mag zijn.

Ruimte voor de nieuwe akker.

Ruimte voor de nieuwe akker.

Afgelopen periode mochten wij meewerken aan een filmpje voor de Branche Organisatie Akkerbouw. Dit filmpje hoort bij “Ruimte voor de Nieuwe Akker”. Met deze campagne brengt BO Akkerbouw de waarde en innovatiekracht van de akkerbouw in beeld.

Sensoren die de kans op bladschimmels meten, een vogelakker die nestgelegenheid biedt en de opslag van zonne-energie: het zijn enkele vernieuwingen in de akkerbouw. Ondernemers Hilde Coolman, Harry Schreuder en Jan Reinier de Jong met dochter Sterre laten deze zien. De komende tijd deelt BO Akkerbouw op Twitter en LinkedIn vier filmpjes waarin deze akkerbouwers de hoofdrol spelen. Door de filmpjes actief te delen op social media laat BO Akkerbouw zien wat de akkerbouw Nederland te bieden heeft.

Hierbij de film van alle akkerbouwers samen:

https://www.youtube.com/watch?v=wRZ1yUAXWXM

Einde oogst 2021.

Einde oogst 2021.

Vandaag zijn de laatste suikerbieten gerooid. Daarmee is de oogst van dit teeltseizoen afgerond. Teeltjaar 2021 was een normaal jaar en dat is best wel bijzonder. De regenhaspel bleef in de schuur, want er viel regelmatig een bui regen. Waardoor de opbrengsten redelijk tot goed zijn. De oogst van alle gewassen verliep mooi. Soms was het even plannen met de voorspelde regen, maar dit heeft niet tot problemen geleid. Slechts eenmaal zijn we met aardappels rooien eruit geregend. Dat was op een zaterdag aan de eind van de middag. Dus een keer op tijd in huis. Dat is ook wel eens fijn. Hopelijk is 2022 weer zo’n jaar. Ik teken er direct voor!

Aardappels eruit, oliebollen eten.

Aardappels eruit, oliebollen eten.

Op 19 oktober hebben we de laatste aardappels gerooid. Traditiegetrouw staan hier dan oliebollen op tafel. Een goed gebruik dat we graag in ere houden.

Dit jaar eindigden we niet met de zetmeelaardappels. Die hadden we een week geleden al gerooid. Er moest nog een stukje pootaardappelen gerooid worden, maar de kisten waren op. Na een week sorteren waren er voldoende lege kisten om te gaan rooien.

De opbrengsten zijn dit jaar goed. De zetmeelaardappels hebben een gemiddelde opbrengst. Het zetmeelgehalte wordt pas duidelijk bij het afleveren begin volgend jaar. Maar we zijn tevreden. De pootaardappelen hebben een bovengemiddelde opbrengst. We zien we iets meer schurft en andere gebreken. Maar al met al zijn we zeker tevreden.

En de oliebollen smaken natuurlijk heerlijk na een seizoen hard werken.

Het oliebollenbakteam 2021.

Mijn zienswijze op het 7e actieprogramma nitraatrichtlijn.

Mijn zienswijze op het 7e actieprogramma nitraatrichtlijn.

Geachte minister Schouten, beste Carola,

Het is alweer twee jaar geleden dat wij u op ons akkerbouwbedrijf hebben mogen ontvangen. De droogte was toen de aanleiding. Blij verrast waren we met de tegenuitnodiging waar onze dochter Sterre en ik te gast bij u waren tijdens de viering van Prinsjesdag. In de gesprekken die we in 2019 hebben gehad heb ik u leren kennen als een minister met kennis van zaken die weet waar ze over praat. Het concept 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn waarin het ministerie van LNV een aantal maatregelen voorstelt om de waterkwaliteitsdoelen in de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water te halen komen voor mij dan ook als een grote verrassing. De voorstellen voor duurzame bouwplannen zijn zeer ingrijpend voor de akkerbouwsector, maar volgens mij schiet u uw doel voorbij. In deze brief maak ik graag van de gelegenheid gebruik om dit nadere toe te lichten.

Waterkwaliteit

Uit het ontwerp 7e Actieprogramma blijkt dat de normen voor de grondwaterkwaliteit uit de Nitraatrichtlijn in onze regio (zandgronden) ongeveer op het gewenste niveau van 50 mg/l zitten. Bij collega’s op klei- en veengrond wordt dit niveau onder normale omstandigheden eenvoudig gehaald. Mochten er nog gebieden zijn die niet aan de doelen voldoen dan is het beter om dit gebiedsgericht en gewas specifiek aan te pakken in plaats van de hele sector het leven moeilijk te maken.

Duurzame bouwplannen: Rustgewassen

In 2023 wordt het verplicht om elke vier jaar een rustgewas te telen in het bouwplan. Vanaf 2027 wordt dit zelfs elke drie jaar verplicht. Een maatregel die voor heel Nederland gaat gelden, terwijl zoals bovengenoemd de waterkwaliteitsdoelen in het grootste gedeelte van ons land worden gehaald.

Meer graan in het bouwplan zal ten koste gaan van de teelt van financieel interessante gewassen zoals aardappelen en suikerbieten. Hierdoor krijg ik met een inkomensdaling te maken en dat terwijl juist de kosten steeds verder toenemen. En levert de teelt van graan (als rustgewas) echt een hogere bijdrage aan het voorkomen van nitraatuitspoeling dan andere gewassen?

De afgelopen jaren zaaien we vanggewassen na zomergerst, meer dan de wettelijke verplichting. Dit doen we omdat het goed is voor de bodem. Deze groenbemester werken we eind december door de grond, zodat deze kan verteren en we er voor de vervolgteelt wat aan hebben. Dat mag straks ook niet meer. Dan krijgen we hetzelfde als bij het scheuren van grasland. Dat moet nu in het voorjaar, met het gevolg dat het gras onvoldoende verteert en we extra moeten bemesten. Vooral in droge zomers, die hebben we steeds vaker, blijft het gras onverteerd in de grond achter. Een ander nadeel van een perceel groen de winter door is dat de vorst haar werk niet kan doen. Vorst heeft een positief effect op de bodemstructuur. En achter gebleven aardappels vriezen kapot. Met een vanggewas is dat niet aan de orde waardoor problemen met aardappelziektes als aardappelmoeheid toe kunnen nemen. Iets wat zeer onwenselijk is.

Duurzame bouwplannen: Inzaai vanggewassen

Als tweede maatregel wordt voorgesteld dat op onze zandgronden vanaf 2023 60% van het areaal voor 1 oktober ingezaaid moet worden met een vanggewas. Op het moment van schrijven van deze brief zijn al onze aardappels nog niet geoogst en moeten we nog starten met het suikerbieten rooien. Deze maatregel is dus niet haalbaar. Op het voorstel om vanaf 2027 het volledige bouwplan voor 1 oktober in te gezaaid te hebben met rustgewassen ga ik maar niet op in.

Dit voorstel staat haaks op de praktijk, zoals ik dat steeds vaker zie. De zetmeelaardappeloogst startte hier dit jaar op 2 oktober. Mijn eerste suikerbieten worden rond 22 november gerooid. De laatste bieten gaan pas tweede helft december uit de grond. Deze gewassen groeien dus nog volop. Door de opgelegde datum van 1 oktober wordt ik gedwongen om vroegtijdig te oogsten. Hierdoor mis ik bij mijn zetmeelaardappelen enkele weken groei en bij mijn suikerbieten zelfs enkele maanden. Dit betekent een verhoging van de milieu impact, een veel lagere opbrengst en een kwalitatief minder goed product (een lager suiker- en zetmeelgehalte). Maar ook een lager inkomen voor mij en mijn gezin.

Bovendien krijgen onze coöperaties Avebe en Cosun het een stuk moeilijker omdat de kwaliteit van de gewassen een stuk minder is, de bewaarbaarheid minder wordt en de verwerking in kortere tijd zal moeten gebeuren. En dat terwijl campagnes uit kostenoogpunt juist steeds langer zijn geworden de afgelopen jaren. Al met al komt de concurrentiepositie van onze coöperaties onder druk te staan en dit gaat ten koste van het verdienvermogen van telers.

Duurzame bouwplannen: Bufferstroken

Als laatste worden er bufferstroken, of teeltvrije zones opgelegd, van 2 meter langs watergangen tot 5 meter langs ‘ecologisch kwetsbare waterlopen en KRW-waterlichamen’. Allemaal grond dat uit productie wordt genomen. Kostbare landbouwgrond wat niet meer beteeld wordt en dus ook geen inkomsten meer genereerd. En de inkomenspositie van de landbouw staat al onder druk.

Tijdens Prinsjesdag 2019 vroeg ik u of het nog wel leuk was om minister van Landbouw te zijn. U stelde mij een wedervraag, of het nog wel leuk was om boer te zijn. Ik heb dat met een volmondig JA bevestigd. We zijn inmiddels twee jaar verder. En soms zakt mij de moed ook wel eens in de schoenen. Ik heb een geweldig vak en ben elke dag met veel plezier op de boerderij bezig. Maar als ik hoor hoe er over ons als sector gepraat wordt en hoe makkelijk bepaalde regels zoals de nitraatrichtlijn worden opgelegd dan vergaat mij de lol ook wel eens. Dat er steeds meer geëist wordt van de landbouw past in de hedendaagse tijd, maar dan zal daar wel wat tegenover moeten staan.

In 2019 gaf u in interview een talkshow ons akkerbouwbedrijf een compliment voor hoe we met duurzaamheid bezig zijn. De maatregelen zoals hierboven benoemd doen daar afbreuk aan. Ik doe dan ook een dringend beroep op u en uw ministerie om de maatregelen aan te passen naar de boerenpraktijk. Zodat dat mijn bedrijf niet onnodig beperkt wordt in het ondernemen en dat er doelmatige en meer gebiedsgerichte en gewasspecifieke maatregelen komen in plaats van generieke maatregelen.

Met vriendelijke groet,

Jan Reinier de Jong